Article
Agri-Food Industry Barometer: COVID-19 gevolgen

Omgaan met een nieuwe realiteit
Aangezien het COVID-19-virus een grote impact heeft op ons leven en onze dagelijkse routines, maken mensen over de hele wereld zich vooral zorgen om de gezondheid van hun familie en vrienden. Naast de impact op het menselijk leven, ondervinden organisaties ook een grote impact van deze wereldwijde pandemie.
Als een marktonderzoeksbedrijf hebben we contact met veel belanghebbenden van verschillende organisaties en houden we nauwlettend de gevolgen van de huidige situatie in de gaten. We hebben onze inzichten in deze blog samengevoegd om je te helpen de implicaties van COVID-19 beter te begrijpen. In deze blog richten we ons op drie Agri-Food sectoren (Zuivel, Bakkerij, Horti- en landbouw), aangezien hun dienstverlening nu vitaler is dan ooit.
Zuivelindustrie
De Nederlandse zuivelindustrie is een economische krachtpatser. Jaarlijks wordt er ongeveer 14,5 miljard kg melk geproduceerd door 17.000 melkveebedrijven. Naast productie voor lokale consumptie is de meerderheid van de geproduceerde zuivel bestemd voor export, wat een exportwaarde van €7,7 miljard vertegenwoordigt (2018).
Vorige maand was er een stijgende vraag naar zuivel in de detailhandel. Dit had voornamelijk te maken met basiszuivelproducten, zoals verse melk en andere zuivelproducten zoals gewone yoghurt. Ondanks de hoge volumes zijn de marges voor leveranciers van de detailhandel gedaald. De toegenomen vraag stabiliseert nu; consumenten ervaren dat er een continue aanvoer van detailhandelsproducten is, en er is geen geldige reden om voorraden aan te leggen en de schappen van de detailhandel leeg te kopen.
Voor zuivelproducenten en -verwerkers is het een uitdagende taak om hun fabrieken operationeel te houden. Vanwege aanvullende maatregelen in het kader van veiligheid en gezondheid is er een vermindering van het aantal productiewerkers in de werkteams. Deze nieuwe realiteit vereist flexibiliteit in de ploegendiensten en vraagt om de mogelijkheid van snelle operationele aanpassingen in de fabriek. Voorlopig zijn er geen duidelijke waarschuwingen dat de melklevering van melkveebedrijven en de aanvoer van melkproducten voor de detailhandel in gevaar zijn.
Op wereldschaal worden de prijzen voor melk, melkpoeder en boter naar beneden bijgesteld vanwege een afname van de zuivelvraag uit China en grote verstoringen in de wereldwijde toeleveringsketen. Kijkend naar de toekomst, is er bezorgdheid over een structurele vertraging van de exportvraag naar zuivel, ondanks stabiliteit in de consumentenvraag. De vertraging kan worden aangewakkerd door het feit dat zuivelzendingen meer protocollen en procedures vereisen om internationaal te worden verzonden. Als deze trend aanhoudt, zal dit nog meer druk uitoefenen op de al dalende prijzen van zuivelgrondstoffen.
Wat zou de langetermijngevolg van deze pandemie voor de zuivelindustrie kunnen zijn?
Bij Hammer gaan we ervan uit dat productie- en verwerkingsbedrijven hun huidige productportfolio opnieuw zullen evalueren en zullen neigen naar diversificatie om de veerkracht in tijden van crisis te vergroten. De pandemie zal waarschijnlijk ook de al lopende trend van ‘lokaal voor lokaal’ in de voedselproductie versterken. Dit zal voedselproducenten dwingen hun portfolio aan te passen en de huidige logistiek opnieuw te evalueren. Ook onthult deze crisis de grenzen van productiecapaciteit en ploegendienstplanning, wat kan leiden tot operationele inzichten voor de toekomst. We verwachten ook meer verticale integratie binnen de toeleveringsketen om de onzekerheid en het risico verder te verminderen.
Bakkerijsector
De laatste periode toonde een sterke vraag naar bloem en grondstoffen in de bakkerijsector. Ook de detailhandelsverkopen van broodproducten groeiden sterk tijdens de eerste weken van maart na de aankondiging van nationale veiligheidsmaatregelen om de verspreiding van het virus te beperken. Net als de vraag naar zuivel werd de toegenomen vraag naar bakkerijproducten gestimuleerd door het hamsteren van consumenten, maar stabiliseert nu naar normale niveaus. Deze plotselinge piek in de vraag deed zich niet alleen in Nederland voor; volgens Nielsen ervoer de e-commerceverkoop van bakmixen in de VS een verbluffende +489% groei vergeleken met dezelfde periode vorig jaar.
Voor fabrikanten die voornamelijk voor de foodservice produceren, zijn de tijden ongetwijfeld zeer zorgwekkend, aangezien restaurants, cafés, scholen, luchthavens en bedrijfskantines allemaal een volledige sluiting ervaren. De totale Nederlandse foodservicemarkt heeft een waarde van €21 miljard (ING, 2019). Als we kijken naar de broodconsumptie; bijna 39% van de waarde van broodconsumptie vindt plaats buitenshuis. Broodproducenten ervoeren ook slechte weken voor Pasen, waarschijnlijk door het effect van sociale afstand; er vonden minder familieontmoetingen plaats, en dienovereenkomstig leden de verkopen van typische feestelijke paasbakkerijproducten en zoetwaren hieronder.
Bakkerijen moeten ook omgaan met en zich aanpassen aan deze nieuwe realiteit. Sinds de nieuwe veiligheidsmaatregelen mogen slechts enkele klanten tegelijkertijd de bakkerij binnen. Dit leidde tot de inzet van verschillende nieuwe initiatieven: traditionele bakkerijen richten zich op e-commerce voor broodverkoop en bieden hun klanten levering van verse broden per e-bike of andere soorten transport, of openen een afhaalbalie.
Wat zou de langetermijngevolg van deze pandemie voor de bakkerijsector kunnen zijn?
Bij Hammer gaan we ervan uit dat wanneer de stof is neergedaald, de verwerkende bakkerijsector hun voorraden van materialen zal vergroten om beter voorbereid te zijn wanneer andere verstoringen zich voordoen. Dit zal leiden tot een korte piek in de vraag. Bakkerijen die aan de buitenshuis verkopen (36% van de totale verkopen) leveren, kunnen langer last hebben van sociale afstandsbeleid. Ook kan worden verwacht dat bloemverwerkende bedrijven hun huidige inkooppartners opnieuw zullen evalueren en zullen overstappen naar partners dichter bij hun eigen fabrieken om de onzekerheid in tijden van crisis te verminderen. Voor de traditionele ambachtelijke bakkerijen biedt deze situatie hen opties voor nieuwe inkomstenstromen, zoals e-commerce en levering, die zelfs na de crisis kunnen blijven bestaan.
Horti- en landbouwsector
De Nederlandse tuinbouwsector is wereldberoemd en wordt beschouwd als marktleider in het telen, verwerken en verkopen van fruit, groenten, bloemen en kruiden. Nederland heeft 9.000 hectare gewijd aan glastuinbouw, wat een toegevoegde waarde van €7,2 miljard vertegenwoordigt (WUR, 2017) en verantwoordelijk is voor 1% van het totale Nederlandse BBP. Wat betreft de detailhandelsverkopen was er een kleine piek in de verkoop van paprika's, tomaten, komkommers en andere groenten gerelateerd aan gezondheidsvoordelen. De vraag vanuit de groothandel is bijna volledig verdwenen.
Er is geen twijfel dat de huidige situatie een verwoestende klap is voor de sierteeltsector. Dit zou een bloeiende tijd voor deze sector moeten zijn met Pasen en Moederdag. In plaats daarvan worden enorme hoeveelheden bloemen vernietigd vanwege de afgenomen vraag. Sierteelt vertegenwoordigt een jaarlijkse exportwaarde van €10 miljard en is goed voor 10% van de totale Nederlandse tuinbouwexport.
De markt voor friet-aardappelen lijdt ook zwaar onder de huidige omstandigheden. Producenten hebben een enorme overschot omdat de vraag buitenshuis is ingestort. De prijs van 100 kg friet-aardappelen daalde van €15 in maart 2020 naar €2 begin april 2020 (NieuweOogst, 2020). Nederland is een grote exporteur van bevroren friet, vooral naar het Verenigd Koninkrijk. Ook is veel van de geproduceerde friet bestemd voor consumptie binnen Nederland, waar meer dan 400 fastfoodrestaurants en bijna 5.000 kleinere snackbars zijn waarvoor friet een essentiële rol op het menu speelt.
Een andere zorg in de tuinbouwsector is het sluimerende risico van afwezigheid van arbeid. De oogst van fruit en groenten is sterk afhankelijk van de inspanningen van seizoensarbeiders, die voornamelijk in het buitenland wonen. Er is onzekerheid onder telers over hun werkcapaciteit, die voor een aanzienlijk deel uit Oost-Europese landen komt. Zelfs wanneer er voldoende arbeid is om door te gaan met oogsten, is er het risico van corona-gerelateerde ziekten onder de werknemers. De verwachte schade voor de Nederlandse glastuinbouwsector op dit moment bedraagt ongeveer €2 miljard (LTO).
Een klein lichtpuntje is een lichte stijging van de export van tuinbouw naar China, aangezien het land zich enigszins herstelt van de huidige crisis.
Wat zou de langetermijngevolg van deze pandemie voor de horti- en landbouwsector kunnen zijn?
Met het oog op de lange termijn is de verwachting dat de ‘lokaal voor lokaal’ trend zal toenemen, wat ongunstig is voor groenteproducenten in netto-exporterende landen. Dit is echter positief nieuws voor de aanbieders van kassen en kastechnologie, aangezien investeringen in voedselproducerende eenheden mogelijk hoger op de prioriteitenlijst staan van netto-importerende en sterk verstedelijkte landen.