Article

Hammer-analyse: Biologische excellentie in de gereguleerde Deense zuivelsector

6 min read29 april 2025
hammer-analysis-organic-excellence-in-the-regulated-danish-dairy-sector

Belangrijkste inzichten

  • Denemarken behoort qua opbrengst tot de leidende melkproducenten in de EU, met 10.700 kg melk per koe
  • De Deense zuivelsector wordt gekenmerkt door een hoog aandeel biologische landbouw
  • Wetgeving is een cruciaal onderwerp dat de toekomst van Deense melkveehouders beïnvloedt
  • Ondanks algemene zorgen is bijna de helft (43%) van de Deense melkveehouders van plan te investeren

Deense zuivelsector ‍

Denemarken heeft een professionele en efficiënte zuivelsector, die vorig jaar 5,64 miljoen ton melk produceerde. Dit volume werd geproduceerd door 547.000 melkkoeien, verdeeld over 2.312 Deense melkveebedrijven (Danish Dairy Board, 2023). Een Deense melkveehouder heeft gemiddeld een veestapel van 236 melkkoeien, wat aanzienlijk hoger is dan de gemiddelde omvang van een Europees melkveebedrijf van circa 50 melkkoeien. De aanzienlijke omvang van Deense melkveebedrijven blijkt ook uit de grote meerderheid van melkveehouders (~80%) met een veestapel van meer dan 100 melkkoeien. Dit laatste toont een sterk contrast met melkveebedrijven in landen als Brazilië waar veel bedrijven met kleine veestapels (<30 koeien) gevestigd zijn (IFCN, 2023).

De Deense zuivelsector staat bekend om haar hoge niveau van productiviteit en efficiëntie. De gemiddelde opbrengst per koe bedroeg het afgelopen jaar circa 10.700 kilogram melk, en dankzij deze hoge niveaus stond Denemarken in 2022 bovenaan de Europese opbrengstranglijsten (Danish Dairy Board, 2023; EuroStat, 2024). Ter vergelijking: andere professionele zuivellanden, zoals Nederland en Duitsland behaalden in 2023 een melkopbrengst per koe van respectievelijk ongeveer 9.200 en 8.800 kilogram (CBS, 2024; Statista, 2024).

Een ander belangrijk kenmerk van de Deense zuivelsector is de aanzienlijke omvang van biologische landbouw, die in het afgelopen decennium een gestage groei heeft laten zien. Ongeveer 15% van alle melkveehouders houdt zich bezig met biologische landbouw en zij produceren 33% van alle consumptiemelk in Denemarken (Danish Dairy Board, 2023). Denemarken loopt ver voor op andere leidende zuivellanden wat betreft de schaal en productieniveaus van biologische landbouw. In Nederland houdt bijvoorbeeld nog geen 5% van de melkveehouders zich bezig met biologische landbouw (Agrimatie, 2023).

Een belangrijke drijfveer achter het hoge aandeel biologische melkveehouders is de Deens-Zweedse zuivelcoöperatie Arla Foods, die de grootste producent van biologische zuivel ter wereld is (Arla Foods Group, 2024). Daarnaast is het belangrijk op te merken dat Denen wereldwijd koplopers zijn als het gaat om de aankoop van biologische producten, waarbij een vijfde van hun consumptie van biologische producten uit zuivelproducten bestaat (Made in Nature, 2023). Bovendien is circa 30% van de in Denemarken geconsumeerde melk als biologisch gelabeld (Nieuwe Oogst, 2024). Tot slot kent Denemarken een lange geschiedenis van beleid dat de productie en consumptie van biologische voedingsmiddelen stimuleert via subsidies en andere prikkels (EU CAP Network, 2023).

Regelgevingsdruk en negatief sentiment

Ons onderzoek toont aan dat wetgeving (50%) veruit het belangrijkste onderwerp is waarvan Deense melkveehouders erkennen dat het de toekomst van hun bedrijfsvoering beïnvloedt (Hammer research, 2023). Een belangrijke bijdrage aan deze resultaten kan de CO2-belasting ter compensatie van emissies zijn, die de Deense overheid afgelopen zomer als eerste land ter wereld invoerde. Er wordt al jaren gespeculeerd over deze maatregel, maar onlangs is aangekondigd dat de jaarlijkse belasting vanaf 2030 van kracht wordt. De gemiddelde kosten bedragen 672 kronen (€90) per koe en stijgen in 2035 naar 1.680 kronen (€225) per koe (CNN, 2024; FD, 2023; NutriNews, 2024).

Verschillende invloedrijke partijen in de Deense zuivelindustrie, met name Arla Foods, omarmen de belasting en pleiten voor de positieve resultaten ervan (CNN, 2024). Andere partijen, zoals Bæredygtigt Landbrug – een organisatie die de economische belangen van melkveehouders behartigt – bekritiseren het beleid echter en bestempelen het als een ‘angstig experiment’ (NutriNews, 2024). Deze uitspraak sluit aan bij eerdere zorgen van melkveehouders, die stelden dat de CO2-belasting de Deense landbouwproductie drastisch kan doen afnemen door de stijgende kosten (Reuters, 2024).

organic-excellence-in-the-regulated-danish-dairy-sector-graph-1

De aangekondigde CO2-belasting en andere regelgevingsdruk baren een deel van de Deense melkveehouders zorgen, aangezien veel vragen over toekomstige regelgeving nog onbeantwoord zijn (Veeteelt, 2024). Sommige melkveehouders denken dat een aanzienlijk deel van hun collega’s de komende jaren zal stoppen met hun melkveebedrijf vanwege de hoge kosten die met al deze maatregelen gepaard gaan (FD, 2023). Anderen denken dat Deense melkveehouders hun activiteiten zullen voortzetten in andere landen waar de regelgeving minder streng is (Nieuwe Oogst, 2024). Dit pessimistische sentiment is ook zichtbaar in ons onderzoek: slechts 19% is positief over de toekomst van de nationale melkveesector in de komende vijf jaar, terwijl bijna 40% de toekomst negatief beoordeelt.

Deense melkveehouders zijn minder negatief over hun eigen bedrijfsvoering: 32% is positief over de toekomst van hun melkveebedrijven. Een aanzienlijke groep van 23% beoordeelt de toekomst van hun bedrijfsvoering echter negatief (Hammer research, 2023). Concluderend is het sentiment voor de komende vijf jaar op nationaal sectorniveau behoorlijk negatief. Op individueel melkveebedrijfniveau is er echter meer optimisme, wat veerkracht en bereidheid tot aanpassing onder Deense melkveehouders laat zien.

organic-excellence-in-the-regulated-danish-dairy-sector-graph-2

Investeringsgedrag en marktkansen

Ondanks de algemene zorgen zien sommige Deense melkveehouders de uitdagingen als kansen om in hun bedrijfsvoering te investeren. Ons onderzoek toont aan dat een aanzienlijke groep Deense boeren (43%) bereid is om in de komende twee jaar te investeren. Van deze groep investeert 34% in bedrijfsfaciliteiten en 23% in robotica (Hammer research, 2023). De motivatie voor investeringen wordt waarschijnlijk gedreven door de noodzaak om duurzamer te worden, aangezien de inspanningen van de overheid om de CO2-uitstoot te verminderen door sommige Deense melkveehouders worden gezien als een katalysator voor verandering. Sommige boeren zijn van plan te investeren in groene technologieën en hernieuwbare energie, omdat zij dit zien als een manier om hun ecologische voetafdruk te verkleinen en mogelijk hun CO2-belastingen te verlagen (Nieuwe Oogst, 2024), terwijl anderen willen profiteren van de duurzaamheidssubsidies die de Deense overheid aanbiedt (Veeteelt, 2024).

Daarnaast bieden duurzaamheidsbeslissingen kansen om een hogere prijs voor de geproduceerde melk te ontvangen. Zo biedt Arla Foods Deense melkveehouders een vergoeding per liter melk wanneer boeren anaerobe vergistingspraktijken toepassen (Veeteelt, 2024). Leveranciers die duurzame oplossingen aanbieden, zoals afvalbeheersystemen, kunnen inspelen op deze toenemende stimulansen van invloedrijke partijen zoals Arla Foods en de Deense overheid, die boeren aansporen om milieuvriendelijker te worden.

organic-excellence-in-the-regulated-danish-dairy-sector-graph-3

Toekomstbestendige Deense zuivelsector

Hoewel de Deense zuivelsector aanzienlijke uitdagingen ondervindt door nieuwe regelgeving, zoals de CO2-belasting, biedt deze ook belangrijke kansen voor groei en innovatie. Het aanzienlijke aandeel melkveehouders dat biologische landbouw bedrijft, toont de Deense bereidheid om duurzaamheid te omarmen. Zij beseffen dat investeren in technologieën zoals robotica en groene energieoplossingen cruciaal is om melkveebedrijven toekomstbestendig te maken. Deze investeringen vergroten niet alleen de milieubewustheid, maar waarborgen ook winstgevendheid, efficiëntie en veerkracht op de lange termijn, waardoor Deense melkveehouders concurrerend kunnen blijven in een veranderende sector.